Skip to main content

Bresvorming

Het laatste stadium van falen van een waterkering is de bresgroei. Er moet eerst enige mate van bresgroei optreden voordat er sprake is van een overstroming. Een overstroming is de situatie dat er dusdanig veel water in het gebied achter de kering komt te staan dat er dodelijke slachtoffers vallen of substantiële economische schade ontstaat.

Wat is het?

Bresvorming is het proces waarbij een dijk doorbreekt en er een opening (een “bres”) in de waterkering ontstaat. Dit gebeurt meestal door een combinatie van factoren zoals:

  • overloop (overtopping)
  • piping
  • instabiliteit van het binnentalud door verzadiging
  • golfslag en erosie van de bekleding en het dijkmateriaal

Wanneer een bres eenmaal ontstaat, vergroot deze zich vaak snel door de kracht van het water, wat kan leiden tot grote overstromingen.

Wat gebeurt er?

Het bresvormingsproces begint als een continue stroming door een kanaal op de kruin van een dijk, die zich als fgevolg van erosie van de kruin.

In de eerste fase wordt het binnendijkse talud verder geerodeerd tijdens het zogenaamde head-cut erosie proces: het benedenstroomse kanaal wordt steiler en gaat zich verbreden. 

In de tweede fase gaat dit head-cut door de kruin groeien tot de waterstand aan het buitendijkse talud is bereikt. In de tussentijd gaat de verbreding van de geerodeerde insnijding verder.

In de derde fase gaat de erosie van het buitendijkse talud verder totdat de buitenteen is bereikt. In de vierde fase verbreedt zich de bres verder en het instroomdebiet neemt extreem toe. 

In de laatste fase een evenwichtsbreswijdte wordt bereikt zodra de waterstanden aan beide kanten van de dijkbres gelijk zijn.

Stadia van bresvorming in zandige dijk (P. Visser, 1998)
Stadia van bresvorming in een zandige dijk (bron: P.J. Visser, Breach growth in sand-dikes, Ph.D. Thesis, Delft University of Technology, 1998)
Toelichting bresvorming bij dijken: van initiatie tot inundatie (bron: Polder 2C's & TU Delft)

Welke noodmaatregelen zijn er mogelijk?

Het nemen van noodmaatregelen is in het algemeen nog mogelijk tot en met de tweede fase. Zodra de derde fase bereikt is, is een succesvol ingrijpen praktisch klansloos.